Het Goodwood Festival of Speed is inmiddels wereldberoemd, maar de minder bekende Members Meeting staat hoger op de bucketlist van de liefhebber: “Dit niveau vind je nergens anders.”
fotografie: noel salmon

“Ze zijn als de dood dat hier een keer iemand verongelukt.” Het is nog geen tien minuten geleden dat de Nederlander met wie ik de race kijk het zei, of een Shelby Cobra vliegt keihard de banden in. Het gebeurt recht voor ons, aan het einde van Lavant Straight, het lange rechte stuk van het Goodwood Motor Circuit. Auto’s als de Cobra halen er snelheden van meer dan 250 kilometer per uur.
De auto stuitert van de banden af en komt midden op de baan tot stilstand, compleet in de kreukels. Gelijk wapperen gele vlaggen, een ogenblik later rode. Als de rest van het veld voorbij is geraasd en het geluid van motoren in de verte verstomd, tuur ik naar de Cobra. Pas na een minuut of drie – een eeuwigheid – zie ik de coureur voor het eerst bewegen. “Hij is bij zinnen”, zeg ik. “Maar die auto is afgeschreven”, zegt de Nederlander.
Het goodwood motor circuit geldt als snel, uitdagend en – ook nu nog – gevaarlijk
Hij heeft een zonnebril op en laat zijn handen nonchalant in zijn broekzakken zitten, maar Toon van Vliet*, een vaste gast op Goodwood, is bloednerveus. Aan de zojuist stilgelegde race doet ook een Ferrari 250 LM mee – en die is van hem. “Als ik zelf rijd heb ik nergens last van. Maar toekijken… vreselijk.”

Favoriet
De race op de zondagmiddag is een van de veertien tijdens de 83e Goodwood Members Meeting, die elk jaar plaatsvindt in april. Het raceweekend geldt als de seizoensopener van het Motor Circuit en is het kleinste en minst bekende van de drie grote evenementen die Goodwood jaarlijks organiseert. Eerder was toegang tot de Members Meeting exclusief voor leden van de Goodwood Road Racing Club (GRRC) en waren niet-leden – net als de pers – niet welkom. Maar dat veranderde: sinds 2017 zijn kaartjes ook verkrijgbaar voor fellows. En waar de GRRC een ledenstop en een lange wachtrij kent, is het fellowship gewoon verkrijgbaar.
“Ik ging vijf jaar geleden voor het eerst en sindsdien elk jaar”, zegt de Californische Dean Powers (60), een bezoeker die speciaal voor Goodwood naar Engeland komt. “Ik ben meer dan tien keer naar de Revival en een paar keer naar het Festival of Speed (de twee andere Goodwood-evenementen, red.) geweest, maar dit is mijn favoriet.” Powers gaat sinds 1974 ook naar elke editie van de Monterey Motorsports Reunion, hét klassiekerraceweekend op het Californische circuit Laguna Seca, maar noemt Goodwood een klasse apart: “Dit niveau van auto’s en racen vind je nergens anders.”

Het Motor Circuit ligt rond een voormalige luchtmachtbasis op Goodwood, een bijna 50 vierkante kilometer groot landgoed bij Chichester, vlak bij de Engelse zuidkust. Het circuit werd aangelegd in 1948 en gold tot 1966 als het middelpunt van de autoracerij in het naoorlogse Verenigd Koninkrijk. Tot het gesloten werd vanwege zorgen om de veiligheid, door de steeds hogere snelheden.
Voor de eerste Goodwood Revival in 1998 werden het circuit, de pits en alles eromheen in oorspronkelijke staat teruggebracht. De 3,8 kilometer lange, lichtjes glooiende baan bestaat uit veelal snelle bochten, waarvan slechts één met een grindbak, dus auto’s die buiten de witte lijnen komen vliegen al snel de muur in. Het circuit geldt als snel, uitdagend en – ook nu nog – gevaarlijk.
hij werkte in de jaren 60 voor ferrari aan deze auto’s. Dat soort mensen ontmoet je hier
– TOON VAN VLIET, eigenaar ferrari 250 lm
Openluchtmuseum
Dat het decor precies hetzelfde is als vroeger, is een zegen voor de bezoeker. Die staat overal met zijn neus bovenop. Vanwege het ontbreken van grote uitloopstroken en grindbakken is het circuit veel minder ruim opgezet dan vrijwel alle andere. Het is vanaf de paddock maar een paar minuten lopen naar verschillende plekken om de races goed te kunnen volgen.

De paddock staat vol museumstukken, van vooroorlogse Bugatti’s tot iconische Formule 1-auto’s en van Chevrolet Camaro’s tot de felrode Ferrari 250 LM van Van Vliet, die tijdens het warmdraaien wordt omsloten door tientallen liefhebbers. In tegenstelling tot bij de Revival heeft elke bezoeker toegang tot alle gedeelten van het evenement. Tot in de pits aan toe, ook tijdens de races.
“Vanmorgen stond er een man van 85 bij mijn 250 LM. Hij wist me er van alles over te vertellen”, vertelt Van Vliet als de race waaraan zijn exemplaar meedoet al een tijdje stilligt en de marshalls resten Cobra bij elkaar vegen. “Hij werkte in de jaren 60 voor Ferrari aan deze auto’s. Dat soort mensen ontmoet je hier. Dat is geweldig.”

Rustig
“De Revival gaat ook om zien en gezien worden, om mooie outfits en dure champagne. Het is veel meer corporate. Op de Members Meeting is het rustig. En iedereen komt maar voor een ding: het racen”, zegt een vrouw van een jaar of vijftig, die ik op de zaterdagmiddag ontmoet. Ze zit met een groepje van drie stellen bij een groene Bentley S1 uit 1955, die naast het circuit op het gras staat. Uit de achterklep steekt een plank met daarop een gasstelletje met een pot thee. “We hebben elkaar hier jaren geleden ontmoet”, wijst ze naar de anderen. “Sindsdien proberen we elk jaar naast elkaar te staan. Hun Bentley heeft dezelfde kleur.”
De Revival en de Members Meeting zijn de enige twee jaarlijkse publieksevenementen rond het Motor Circuit. Festival of Speed speelt zich elders op het landgoed af, rondom de oprijlaan voorlangs Goodwood House. De Revival trekt 150.000 bezoekers over drie dagen en draait volledig om raceauto’s van voor de oorspronkelijke sluiting van het circuit.
De Members Meeting telt over twee dagen minder dan 50.000 bezoekers, maar het programma is net zo vol en bovendien diverser: hier racen ook auto’s van na ’66. Ook is er elk jaar een thema in de vorm van een uitgelichte raceklasse, met dit jaar een paddock vol Britse Super Touring-wagens die in de jaren 90 goed waren voor miljoenen kijkers.

Le Mans
Een overeenkomst tussen de Revival en Members Meeting, is dat de races met GT-auto’s uit de jaren 60 behoren tot de hoogstandjes. Zo ook de race met de 250 LM, die startte vanaf de vierde plek. Achter Jenson Button in zijn E-Type, Mike Whitaker in zijn bloedsnelle TVR Griffith 400 en een Ford GT40: dé uitdager van de Ferrari 250 LM tijdens de 24 uur van Le Mans in 1965.
De rivaliteit op Goodwood doet er nauwelijks voor onder, dankzij een zorgvuldig gecureerd deelnemersveld. Nu is het evenement op alle fronten tot in de puntjes verzorgd, maar de races staan op een. De eigenaar van het landgoed, graaf Charles Gordon-Lennox, nodigt competitieve auto’s en coureurs persoonlijk uit om deel te nemen.

Ook neemt hij de driver’s briefing vooraf aan de races voor eigen rekening, vertelt Van Vliet: “Dan is hij heel streng en laat hij filmpjes zien van inhaalacties die niet getolereerd worden. Wie gevaarlijk racet, mag nooit meer terugkomen.” Zo cultiveert Gordon-Lennox gezonde rivaliteit en tracht hij levensbedreigende crashes – met bijzonder waardevolle auto’s – zo veel mogelijk te voorkomen. De kans op materiële schade is de voornaamste oorzaak van Van Vliets nervositeit. Er is veel geïnvesteerd om de LM zo snel mogelijk te maken en hoewel het een replica is, is ook deze Ferrari een miljoen euro waard.
Racen met een klassieker is een soort mikken
– yelmer buurman, coureur ferrari 250 lm
Op de limiet
Als elk spoor van de Cobra is uitgewist en de 250 LM weer de baan op rijdt, laat hij zijn handen weer in zijn zakken glijden. En daar houdt hij ze, ook als de LM – na een slechte oorspronkelijke start – verrassend goed herstart en naar de vijfde plek klimt. En door een foutje van een van de vijf deelnemende GT40’s ook al snel naar de vierde.

Zo staan Van Vliet en ik een poosje naast elkaar. Met onze neuzen iets omhoog gericht te turen naar het grote scherm, en dan weer naar de baan, waar de 250 LM naast een Cobra opduikt aan het einde van Lavant Straight. “Hij zet ‘m er godverdomme naast”, zegt Van Vliet plots. En jawel, de LM remt de Cobra voorbij en glijdt als derde de bocht door.
Hoezeer de coureurs de limiet opzoeken, is op Goodwood prachtig te zien. Bij klassiekerracen is het materiaal heel houden een zorg, maar waar moderne raceauto’s precisie-instrumenten zijn, is racen met deze auto’s ‘een soort mikken’, vertelde Yelmer Buurman, de coureur in de LM, net voor de race. Maar dan wel heel goed mikken: hoewel de auto’s zijwaarts door de bochten gaan, gebruiken ze elke centimeter van het asfalt.
Lees verder onder de fotogalerij.


























Ontroering
Zelfs Van Vliet blijft er niet nonchalant onder. Ineens beukt hij me op mijn rug. “Ja!” roept hij. Buurman zet de LM vlak voor een bocht naast de GT40 op plek twee, en na de bocht is hij er voorbij. “Och, wat mooi”, zwijmelt Van Vliet. “Wat mooi. Kijk, dit is voor mij een miljoen waard.”
Al snel dringt Buurman zich op aan de E-Type van Button, maar de race is één ronde te kort. Opgewonden aanschouwen Van Vliet en ik de E-Type met zijn zes-in-lijn, de LM met zijn V12 en de GT40 met zijn V8 nog een keer, als ze voorbij snerpen, janken en bulderen richting de chicane voor start-finish. In mijn ooghoek een traantje van ontroering – zo beleefde ik een race nog niet eerder.
“Het emotioneert me. En ik heb nog nooit zo’n hoge hartslag gehad”, zegt Van Vliet hoorbaar opgelucht als hij en ik onder het circuit door naar de parc fermé lopen. “Dit was een van de mooiste races die ik ooit heb gezien. Prachtig. Ook voor het publiek, dus hopelijk worden we volgend jaar weer uitgenodigd.” De data kun je vast omcirkelen: in 2027 vindt de Members Meeting plaats op 10 en 11 april.
*Toon van Vliet is een vanwege privacywensen gefingeerde naam. Echte naam bij de redactie bekend.
Dit verhaal is gratis om te lezen, maar niet om te maken. Meer lezen? Met een donatie help je Blik om nieuwe verhalen te maken.
Bekijk de beschreven race in zijn geheel op YouTube: