Nieuwe auto Ravage Groupe 4

Ravage maakt van de Alpine A110 een supercar

Hoewel duidelijk gebaseerd op de Alpine A110, kost de Ravage Groupe 4 ruim het dubbele. Connaisseurs die het ervoor overhebben kopen meer dan alleen een auto.

fotografie: bart vergeer

De Ravage Groupe 4 is achter 8 centimeter breder dan een Alpine A110.

Het is het jaar 2052 en het leven in de Franse hoofdstad Parijs is dankzij technologie verregaand geautomatiseerd. In de ‘perfecte’ stad van de toekomst hoeven Parijzenaren bijna niks meer zelf te doen. Tot de stroom uitvalt en de pleuris uitbreekt, als blijkt dat zonder technologie het leven tot stilstand komt. Een klein groepje mensen vlucht naar het zuiden van Frankrijk, waar het een nieuwe gemeenschap vormt. Een die niet steunt op technologie, maar zonder floreert.  

Het is de korte samenvatting van een dystopisch sciencefictionboek geschreven door René Barjavel tijdens de Duitse bezetting van Parijs in 1943, nog voor de verschijning van George Orwells 1984 in 1948. De titel: Ravage. “Het gaat over een samenleving die gelooft dat technologische vooruitgang de mens gelukkiger maakt”, zegt Benoit Tallec (1981), oprichter van Ravage Automobile. “Tot dat niet zo blijkt te zijn.”

Hij vertelt me over het boek – dat gelijk doet denken aan de moderne tijd – in een café vlakbij Dunsfold Park, het bedrijventerrein in Engeland dat bekendstaat als het voormalige thuis van Top Gear.

Het leven is te kort om een elektrische suv te ontwerpen

– Benoit Tallec, oprichter ravage

Carbon

In een opslag op Dunsfold staat een Ravage Groupe 4. Een auto gebaseerd op de Alpine A110, die Ravage verbreedt (4 centimeter aan de voor- en 8 centimeter aan de achterkant) met een carrosserie van carbon. Alleen de voorklep, het dak en de deuren zijn origineel. De grotere spoorbreedte dankt de auto aan wielen van gesmeed aluminium, die OZ speciaal voor de Groupe 4 ontwikkelde. Het zijn wielen met lagere ET-waarden, waardoor ze verder naar buiten steken. Achter zijn ze 2 centimeter breder dan die van een reguliere A110, voor meer mechanische grip.

Geen Top Gear maar Blik.

Kopers kunnen kiezen uit schokdempers van KW, Nitron of Öhlins en geven hun voorkeur op voor de uitlijning en afstelling van het onderstel. Daarnaast biedt Ravage verschillende uitlaten en softwaretunes voor de motor, waarbij de krachtigste variant – 340 pk sterk – een andere turbo heeft. Ondanks zijn extra breedte weegt de Ravage hetzelfde als een A110: 1100 kilo.

Uit de schaduw

De Groupe 4 spookt al enkele jaren in verschillende gedaanten door mijn Instagram-feed. Hoewel Ravage al sinds 2018 bestaat, was er tot voor kort weinig over bekend. Dat heeft te maken met de achtergrond van de twee oprichters: Tallec en ‘de ingenieur’. Beiden werken hun hele carrière bij grote automerken en de ingenieur nog steeds, vandaar dat hij zijn naam nog niet publiekelijk aan Ravage verbindt.

Ontwerper Tallec was tot afgelopen december head of design bij McLaren. Maar: “Het leven is te kort om een elektrische SUV te ontwerpen”, dus zegde hij zijn eerder gedroomde baan gedag om zijn volle aandacht te wijden aan Ravage. Sindsdien heeft het bedrijf een gezicht – maar liefst acht jaar na de start van de ontwikkeling van de Groupe 4, die volledig in de avonden en weekenden plaatsvond.

Je kunt dezelfde ingrediënten gebruiken, maar dat wil niet zeggen dat het net zo lekker wordt

– Benoit tallec, oprichter ravage

Parijs

De ombouw van een A110 naar een Groupe 4 vindt plaats bij raceautopreparateur en klassiekerrestaurateur O-One in Bazainville, een dorpje bij Parijs. Daar laat Tallec me de auto – dezelfde als op Dunsfold – voor het eerst zien, een paar weken vooraf aan het weerzien in Engeland.

Op geen enkele manier is te zien dat de carbon carrosserie van de auto niet de originele is. De bevestigingspunten en sluitnaden zijn perfect en het ontwerp ‘klopt’ vanuit elke hoek, wat te danken is aan het industriële kwaliteitsniveau waarop de Groupe 4 ontwikkeld werd. In de eerste helft van dit jaar is het productieproces volledig gedocumenteerd, dus heeft Ravage sinds kort de papieren om de auto in serie te bouwen – voorlopig ongeveer twintig per jaar.

Qua plaatwerk deelt de Groupe 4 alleen zijdeuren, dak en voorklep met de A110.

“We bieden de ombouw niet aan in losse onderdelen”, zegt Tallec. “Je kunt wel dezelfde ingrediënten gebruiken als een sterrenchef, maar dat wil niet zeggen dat je gerecht net zo lekker wordt.” De Groupe 4 is meer dan de som der delen, beweert hij. “We wilden de auto een nieuw, eigen karakter geven. Volgens onze klanten is dat gelukt.”

De veertiende auto, turquoise vanbuiten en paars vanbinnen, bewijst dat al bij stilstand. Dankzij de extra breedte, flinke diffusor, extra luchtopeningen voor de achterwielen en agressievere stand van de wielen, maakt de auto veel meer indruk dan een standaard A110. De uitstraling doet niet onder voor die van andere supercars in de opslag op Dunsfold.

Trackdays

Als Tallec de auto start en naar buiten rijdt, klinkt ook de bijpassende herrie. “Dit is de luidste die we hebben gemaakt. Deze klant wil trackdays rijden en ook met een helm op de motor goed kunnen horen. Deze uitlaat is niet in elk land legaal”, glimlacht hij. “Rijd jij?”

De luchtinlaat boven het linkerachterwiel leidt naar de extra versnellingsbakoliekoeler die Ravage – indien gewenst – monteert.

Op de smalle wegen rond Dunsfold, met bosjes aan weerszijden en gaten in het asfalt, maakt de resonerende herrie het rijden in de Groupe 4 stressvol. Vanwege de regen overdag is het avond tegen de tijd dat ik de auto kan ervaren en fotograferen, dus tijd voor een lange rit is er niet. Op zoek naar een fotolocatie wurm ik de auto continu langs tegemoetkomend verkeer, maar al te bewust van de extra breedte, dus krijg ik slechts een summiere indruk van het weggedrag, waarbij de directe reactie op stuurinput het eerst opvalt.

Verbintenis

Wat voorzichtig omspringen met de auto prangender maakt, is het feit dat deze van een klant van Ravage is. Die stelt Tallec in de gelegenheid om de Groupe 4 aan de wereld te laten zien voor hij hem later deze zomer zelf in ontvangst neemt.

Dergelijke betrokkenheid bij het bedrijf is een belangrijke reden voor klanten om twee ton uit te geven aan een Groupe 4, in plaats van – bijvoorbeeld – aan een Porsche 911 of Ferrari. De Ravage-klant koopt niet alleen een auto die exclusiever is, maar gaat een verbintenis aan met zijn makers.

Tallec en de ingenieur denken met klanten mee over de samenstelling van de auto vooraf aan de bouw. Erna bieden ze aanleidingen om de auto te gebruiken, in de vorm van uitnodigingen voor trackdays en roadtrips. “Eten in een goed restaurant wordt leuker als je met de chef kunt praten”, vergelijkt Tallec zijn creatie nog eens met een chic diner.

Fransman Paul Deville maakt al ruim 60 jaar sportuitlaten onder de naam ‘Devil’. Vroeger ook voor de oorspronkelijke A110.

De klantervaring die Ravage biedt is vergelijkbaar met die van sommige restomod- en hypercarbouwers, zoals Kimera en Koenigsegg, waar klanten niet alleen een auto kopen, maar onderdeel uitmaken van een select gezelschap. Deze bedrijven opereren in of boven het prijssegment van ‘gangbare’ supercars en halen een vergelijkbaar of hoger niveau wat betreft service, exclusiviteit en klantbeleving. Hun klanten zijn vaak kenners, die meerdere auto’s hebben en goed weten wat ze van een auto verlangen.

Regels

Dat er ruimte is voor nieuwe, exclusieve sportwagenbouwers als Ravage, hangt ook samen met de koers van de gevestigde fabrikanten. Bedrijven als Ferrari en Lamborghini zijn vanwege hun commerciële belangen steeds minder exclusief, en dienen zich te houden aan de Europese regelgeving voor volumemerken. Daarom gebruiken ze hybridetechniek die de auto’s complex, zwaar en tegelijkertijd extreem snel maakt.

Als voorbeeld: de Lamborghini Temerario draait tot 10.000 toeren per minuut, stuit in de tweede versnelling op de toerenbegrenzer bij 145 kilometer per uur en heeft ruim 900 pk. Indrukwekkend, maar niet waar de liefhebber van autorijden op zit te wachten.

Het is geen autonome auto, maar een auto voor autonome mensen

– Benoit rallec, oprichter ravage

Rally

Vanwege de lange ontwikkelingstrajecten in de auto-industrie wisten Tallec en de ingenieur in 2016 al dat in 2026 nieuwe auto’s niet zozeer leuker zouden zijn. Dat bracht ze op het idee voor Ravage, nog voor de A110 onthuld werd. Wel wisten ze dat Alpine bezig was met iets bijzonders: een sportauto met een chassis en carrosserie van aluminium, een middenmotor en dubbele draagarmen voor en achter.

Een perfecte basis voor de ‘rallyauto voor de openbare weg’ die Tallec voor ogen had. Vandaar de naam van de Groupe 4, die precies dezelfde voetafdruk (wielbasis én spoorbreedte) heeft als de Ferrari GTO die als een van de inspiratiebronnen diende. De GTO werd ontwikkeld voor de Groep B-rallyklasse en kwam op de markt toen Tallec nog een kleuter was.

De wielbasis en spoorbreedte van de Groupe 4 zijn precies gelijk aan die van de Ferrari GTO, een rallyauto voor de openbare weg.

Later, op 26-jarige leeftijd, kocht Tallec met van vrienden geleend geld een in slechte staat verkerende Ferrari 308 GT4, die hij nog steeds heeft en na tien jaar in bezit restaureerde. Aan die auto dankt hij zijn vriendschap met de ingenieur achter Ravage, die een Ferrari 355 heeft. De twee ontmoetten elkaar tijdens een rally met de Ferrari’s. Die koesteren ze, maar hebben volgens beiden ook een stevig nadeel: ze zijn oud.

Autonoom

De Alpine A110 – en dus de Ravage Groupe 4 – combineert de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van moderne sportauto’s met de kwaliteiten van oudere: klein formaat, laag gewicht, weinig poespas. Zo is de A110 ook vrij van de actieve veiligheidssystemen die verplicht zouden worden in de jaren na zijn lancering in 2018.

Ravage ontwikkelt ook een handgeschakelde variant, maar biedt die nu nog niet aan

Ook die zagen Tallec en de ingenieur in 2016 al aankomen. “Een camera die naar je kijkt als je rijdt, radars, actieve rijhulpsystemen; achter het stuur van een moderne auto ben je haast een passagier. In een Ravage geldt het tegenovergestelde. Die draait niet om nieuwe technologieën, maar om het innemender maken van de auto zelf. Het is geen autonome auto, maar een auto voor autonome mensen.”  

In het boek Ravage ontvlucht een klein groepje mensen de technologisch geavanceerde samenleving om terug te gaan naar de basis ervan: gemeenschap. Tallec en de ingenieur deden iets vergelijkbaars, verlieten de volume-industrie en zetten hun zinnen op het cultiveren van de fundamentele kwaliteiten van bestaande auto’s, in plaats van het verder ontwikkelen van nieuwe. Daarbij borduren ze ‘hopelijk nog zeker tien jaar’ voort op de basis die de Alpine A110 biedt, maar niet met de intentie om zich tot die auto te beperken. Welke auto’s nog meer hun interesse hebben, blijft alleen nog even tussen hen – en hun klanten.

Bibliotheek - 4 van 26
Bibliotheek - 7 van 26
Bibliotheek - 5 van 26
Bibliotheek - 17 van 26
Bibliotheek - 19 van 26
Bibliotheek - 22 van 26
Bibliotheek - 1 van 26

Dit verhaal is gratis om te lezen, maar niet om te maken. Meer lezen? Met een donatie help je Blik om nieuwe verhalen te maken.